Burger weet weinig van grensoverschrijdende zorg

16-08/2018

Inwoners van de Europese Unie zijn nog altijd onvoldoende op de hoogte van hun rechten en mogelijkheden ten aanzien van grensoverschrijdende zorg. De ruimte voor zorg in het buitenland wordt om die reden lang niet ten volle benut.

 

Eén en ander komt naar voren uit de studie “Enhancing information provision to patients”, uitgevoerd door Ecorys, KU Leuven en GfK België in opdracht van de Europese Unie (EU).
De EU voerde vijf jaar geleden een richtlijn in die de toegang tot zorg in de verschillende lidstaten moest garanderen, met als doel het vergroten van patiënten-mobiliteit. Vijf jaar na dato blijken nog altijd maar weinig burgers op de hoogte van deze richtlijn te zijn. “Als gevolg van een laag patiëntbewustzijn, tekortkomingen in de informatievoorziening en formele en procedurele barrières worden patiënten beperkt in hun mogelijkheden om grensoverschrijdende zorg te zoeken”, constateren de onderzoekers. “Het potentieel voor patiënten-mobiliteit blijft hierdoor onbenut.” 

Contactpunten

Eén van de maatregelen om de positie van de Europese patiënt te verstevigen was het instellen van zogeheten ‘nationale contactpunten’. Over deze contactpunten melden de onderzoekers dat het digitale deel van de informatievoorziening over het algemeen adequaat is. Maar de betreffende websites zijn -net als de richtlijn voor grensoverschrijdende zorg zelf- nauwelijks bekend bij het publiek. Daarnaast is er ruimte voor verbetering van de informatie, met name als het om patiënten-rechten, kwaliteit van zorg en vergoedingen gaat. Ook is de informatie voor inreizende patiënten doorgaans minder dan voor uitgaande patiënten, anders gezegd: de informatie is primair toegesneden op de noden van de eigen burger die elders zorg zoekt.    

Bij directe vragen aan de contactpunten worden patiënten volgens de onderzoekers niet zelden van het kastje naar de muur gestuurd. Dit heeft mede te maken met de verschillen in organisatorische inbedding per land. In Nederland is het contactpunt ondergebracht bij het CAK. In veel andere landen onderdeel van het ministerie van volksgezondheid.  Ook qua omvang, financiering en bezetting zijn er grote verschillen.

Uitwisselen

Met het oog op betere informatievoorziening pleiten de onderzoekers onder meer voor meer eenduidigheid en het uitwisselen van goede voorbeelden. Betere informatievoorziening heeft volgens de onderzoekers verschillende voordelen. Heldere, duidelijke informatie helpt patiënten bij het uitoefenen van hun rechten en bij het maken van onderbouwde keuzes ten aanzien van grensoverschrijdende zorg. Betere informatievoorziening maakt ook dat zorgaanbieders meer oog hebben voor patiënten van elders. In meer algemene zin draagt betere informatievoorziening aan een gezonde levensstijl. “Het begeleiden van patiënten en het cultiveren van bewustzijn en een kritische houding over het brede sociaaleconomische spectrum van een samenleving zijn een intrinsiek onderdeel van een gezonde levensstijl”, aldus de onderzoekers.

(Quelle: Skipr, 6 Augustus 2018)