Cardioloog zet zich in voor vrouwen

16-08/2018

De knapste koppen van Nederland vertellen deze zomer over de ontwikkelingen in hun vakgebied. En wat je er in elk geval van moet weten. Vandaag: Angela Maas (61).

© Pim Ras Fotografie

Ze is cardioloog in het Radboudumc in Nijmegen en de eerste hoogleraar Cardiologie voor vrouwen in Nederland. ,,Vrouwen met hartproblemen voelen zich inmiddels vaker begrepen. Maar we zijn er nog niet.”

Het was in 1991 - ik was een paar jaar cardioloog - toen een vrouwelijke patiënt tijdens het spreekuur kwaad op mij werd. Ze sloeg met haar hand op tafel en zei: ‘Waarom zegt u niet wat ik mankeer? U kunt maar niks vinden, maar ik heb wel klachten.’
Die klap op mijn bureau maakte mij letterlijk wakker, raakte me echt. Inderdaad - wat wist ik van vrouwen met hartproblemen?
Ik was opgevoed en opgeleid met het mannenmodel van de hartpatiënt. Leerde dat vrouwelijke patiënten rare klachten hadden. Dat hun fietsproeven afweken, maar dat er vervolgens niets in de kransvaten was te zien. Vrouwen ‘klopten’ nooit, zal ik maar zeggen. Ik had er op dat moment vrede mee. Het was gewoon zo.

In die tijd verscheen in het medische tijdschrift The New Engeland Journal of Medicine een aantal artikelen over de problemen bij vrouwelijke hartpatiënten. Ze werden minder vaak gedotterd, hadden andere afwijkingen. Er was echt iets anders met hen aan de hand.
Het hoofdredactionele commentaar was Yentl Syndroom getiteld. Naar het boek van Isaac Bashevis Singer over een meisje dat zich als jongen voordoet. De strekking: vrouwen kunnen zich beter als man gedragen om door cardiologen serieus genomen te worden. Dan luisteren ze in elk geval naar je.
Ik ben toen letterlijk alles over dat thema gaan lezen. De grondtoon in de literatuur was dat vrouwen werden gediscrimineerd en achtergesteld. Te weinig gedotterd, te weinig geopereerd.
Mede dankzij de technologische ontwikkelingen van de afgelopen 25 jaar weten we nu dat er destijds geen opzet in het spel was. Er bestaan evidente verschillen tussen hartziekten bij man en vrouw. Neem aderverkalking. Bij mannen zijn eerder en op jongere leeftijd de kransvaten vernauwd. Zij worden gedotterd of krijgen een bypass. Vrouwen daarentegen kennen afwijkingen die zich daar veel minder goed voor lenen.
Bovendien hebben vrouwen variaties op het klassieke type hartinfarct. Lang dachten we dat een hartinfarct bij iedereen hetzelfde was: aderverkalking, een scheur daarin, dan een stolsel dat het bloedvat blokkeert en zie daar: een infarct. Typisch voor mannen en ook voor vrouwen op latere leeftijd.''

Aderverkalking

,,Maar we weten nu dat vrouwen op middelbare leeftijd tussen de 40 en 60 jaar, andere type infarcten hebben. Bij hen komt, terwijl er nauwelijks sprake is van aderverkalking, een gescheurd vat véél vaker voor. We zien daarin een relatie met stress. Onze samenleving weerspiegelt zich in onze ziektes. De snelheid, de haast, de druk. En mannen en vrouwen gaan anders om met stress.

Mannen zijn in staat hun stress makkelijker te parkeren. Benen omhoog, biertje erbij, voetbal kijken. Vrouwen lukt dat minder. Die piekeren en tobben heel wat af.

Mijn leerstoel richt zich tevens op vrouwen die een ernstig hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap hadden. We hebben nu hard bewijs verzameld dat deze groep vanaf 50 jaar aantoonbaar meer aderverkalking heeft. Dat betekent: hen eerder bij de lurven pakken en vroeger beginnen met preventie.

We zien dat deze vrouwen op jonge leeftijd vaak last hadden van migraine. En als ze in de 40 zijn en hun hormoonspiegel zakt omdat ze richting overgang gaan, krijgen ze soms ook ontstekingsachtige verschijnselen als reumatische klachten en schildklierproblemen. En pijn op de borst.
Hun zwangerschap was vaak dramatisch, soms met een doodgeboren kind. Nu informeert ook de huisarts ernaar. En laten we deze vrouwen thuis hun bloeddruk meten.


Mijn derde aandachtsgebied is de microvasculaire angina pectoris - de veroudering van de microscopische haarvaatjes van de hartspier-- een typische kwaal voor vrouwen rond en na de overgang. Zij hebben luchttekort. Als ze de trap oplopen, staan ze hijgend bovenaan. 's Avonds, na een drukke dag, zitten ze in hun stoel met druk op de borst. Hebben last tussen de schouderbladen, soms pijn aan de kaken. We willen dat syndroom handen en voeten geven, want de klachten worden vaak weggezet als iets tussen de oren. Er moet een goed medicijn komen en we dienen de technieken te verfijnen om deze aandoening beter zichtbaar te maken.
Er zijn vrouwen die zes keer per jaar op de Eerste Hulp belanden. Dat leidt tot grote frustratie. Deze vrouwen staan in rijen op de stoep. Ik ben er allesbehalve trots op dat we hier in Nijmegen een wachtlijst van een jaar hebben. In Nederland laten we momenteel nog te veel patiënten in de kou staan.

Mijn laatste onderzoekspoot is tegenwoordig booming: de cardio-oncologie. Bij vrouwen is borstkanker de meest voorkomende kanker, die gelukkig steeds vaker goed is te genezen. Maar de medicijnen die worden gebruikt bij de behandeling - chemotherapie en aanvullende medicatie - kunnen behoorlijke hartschade veroorzaken.
Je hebt vrouwen die met een knobbeltje komen, worden geopereerd en klaar is Kees. Maar er zijn ook patiënten die na hun operatie worden bestraald en chemotherapie, de kankerremmer Herceptin en hormonen krijgen. Het hele pakket, kortom.
Als je nog jong bent kun je best wat hebben, maar vrouwen in de 70 met hoge bloeddruk en fors verhoogd cholesterol lopen risico's. 10 tot 15 procent van deze groep loopt hartschade op bij de therapie.
We zijn nu volop bezig om elkaar - oncologen, gynaecologen, cardiologen - te vinden in een geïntegreerde aanpak. We leren met elkaar te communiceren en de culturen van elke beroepsgroep te overbruggen. Dan versterken we elkaar.
Cardiologie is een mannenbastion met een stoere cultuur. Ik zie het ook als mijn missie het beroep vriendelijker te maken voor vrouwen. De interventiecardiologie, de dotteraars, is een door mannen gedomineerd specialisme. Misschien is 8 procent vrouw. Op het hightech gebied van hartritmestoornissen tref je al iets meer vrouwelijke artsen aan. Zo'n 15 procent.''

Macht

,,De beroepscultuur mag best vrouwvriendelijker. Het vak heeft het imago van geld, macht en status. Toch meer masculiene begrippen. Als je er, zoals ik in het verleden soms deed, tegenaan knalt en botst, werkt het averechts. Dan krijg je je kritiek als een boemerang terug.

Maar waar het tien jaar geleden helemaal niet bewoog, zie je nu wel degelijk veranderingen.
Wat betreft mijn eigen hart? Ik ben een harde werker, meestal 60 uur per week. Heb nooit een weekend waarin ik niks doe. Artikelen beoordelen voor medische tijdschriften, projecten opzetten. En ik schrijf nu een populairwetenschappelijk boek over hartziekten bij vrouwen.
Ik ben getrouwd en heb twee zoons van 27 en 29. Mijn man is gepensioneerd cardioloog. Als je het werk kunt organiseren, lukt dat thuis ook. Ik heb zestien jaar twee allerliefste oppasmoeders gehad.''

Goede wijn

,,Ik leef gezond, maar het kan beter. Twee keer per week hardlopen is te weinig. En krachttraining komt er niet van. Ik houd van goede wijn. Witte bij het eten, een glas rood voor het slapen. Lekker eten is ook een genoegen. Mijn man kookt fantastisch, ik niet. Geen talent, geen tijd. Als ik een week voor mezelf moet zorgen, gebeuren er vreselijke dingen. Dan wordt het pizza. Of de Chinees. Tijdens onze verkering maakte ik een keer asperges. Wist ik veel dat je die moest schillen? We zaten de hele avond de draden tussen onze tanden uit te trekken.

Ik heb in het Radboudumc gezegd dat ik nog vier jaar werk. Dan, vind ik, moet je plaats maken. En het is ook fijn als in de winter de wekker niet om kwart voor zes gaat. Maar ik zal het vakgebied altijd volgen. En mijn kennis en kunde ook inzetten in landen en regio's die steun nodig hebben. Volgend jaar ga ik naar de 'First Conference on Womens Health in the Caribbean' op Curaçao. Ik ben een van de organisatoren en hartstikke trots.

Ooit leerde ik dat vrouwelijke patiënten lastig waren. Nu weten we dat vrouwen en mannen tot in elke lichaamscel verschillen. Vrouwen met hartproblemen worden gelukkig steeds meer gezien en gehoord. Maar we zijn er nog niet.''

 

 

(Quelle: De Gelderlander, 4 Augustus 2018)