Ziekenhuisbestuurders aan zet bij #MeToo problematiek

28-09/2018

Ziekenhuisbestuurders aan zet bij #MeToo problematiek

Om seksuele intimidatie op de werkvloer te bestrijden, moeten bestuurders op verschillende niveaus actie ondernemen. Alleen het aanstellen van een vertrouwenspersoon is te weinig. Dat stelt hoogleraar Gender & Women’s Health Toine Lagro van het Radboudumc.
 
Foto: AdobeStock

De discussie over de veiligheid in de zorg bestaat al langer. De eerste enquêtes werden in 2005 onder geneeskundestudenten afgenomen. Het is ook al langer bekend dat (wijk)verpleegkundigen te maken hebben met grensoverschrijdend gedrag. Medisch Contact hield begin 2018 naar aanleiding van #MeToo een enquête waaraan 3098 artsen en 440 geneeskundestudenten en coassistenten meededen. Van hen zeiden er 942 grensoverschrijdend gedrag te hebben meegemaakt.

Afhankelijkheid

‘Daar waar afhankelijkheidsverhoudingen op de werkplek bestaan, is seksuele intimidatie een punt van aandacht. En de zorg is daar niet voor buitengesloten’, zegt Toine Lagro. ‘Dankzij de #MeToo-discussie krijgt seksuele intimidatie serieuze aandacht. Hoewel het risico blijft bestaan, is het bij een melding nu minder vanzelfsprekend dat het slachtoffer de schuld krijgt en zelf nadelige gevolgen voor de loopbaan ondervindt.’

Zero tolerance

Lagro stelt dat ziekenhuizen een plan van aanpak zouden moeten opstellen dat verder gaat dan het aanstellen van een vertrouwenspersoon. ‘Vertrouwenspersonen moeten goed zichtbaar en te vinden zijn, maar daarnaast moet het evident zijn dat de raad van bestuur een zerotolerancebeleid heeft op het gebied van intimidatie. Dat moet duidelijk en zichtbaar zijn bijvoorbeeld door de aanwezigheid van bestuurders bij bijeenkomsten over het onderwerp. Een bestuurslid kan intimidatie in de portefeuille nemen. Bestuursleden kunnen zorgen dat medewerkers gratis trainingen krijgen.’

Werkgroep

Bij universiteiten of opleidingsziekenhuizen moeten bestuurders middelen beschikbaar stellen voor een taskforce of werkgroep zodat onderzocht kan worden in welke situaties het overschrijdend gedrag precies voorkomt, vindt Lagro. ‘Dat werk moet niet bovenop ander werk komen. Deze werkgroep moet bijeenkomsten organiseren, rapporten uitwerken. Daar moet tijd en ruimte voor zijn.’    

Bewustzijn

Volgens Lagro zou het bewustzijn over intimidatie op de werkvloer bij alle leidinggevenden moeten toenemen. Dat kan door middel van trainingen. ‘Leidinggevenden moeten weten hoe de communicatie moet verlopen als er een melding is, wat overschrijdend gedrag precies is en wat de gevolgen zijn. Daar kun je cursussen voor inzetten.’
Naast het bewustzijn verhogen, is nog een aantal punten van belang. ‘Zorg ervoor dat melden anoniem kan. In het personeelsbeleid kunnen bij de jaarlijkse monitor ook vragen gesteld worden over de sociale veiligheid. En je moet duidelijk voor ogen hebben wat het plan van aanpak is als er een melding komt. Dat plan moet ook zichtbaar gemaakt worden aan de doelgroep. Dat duidelijk is: dit willen we niet, dit doen we eraan, hier kun je je melden en zo zorgen we ervoor dat het zich niet herhaalt.’  

Meer doen

Lagro heeft binnenkort met de KNMG en geneeskundestudenten besprekingen over deze nieuwe aanpak om van hoog tot laag in het ziekenhuis het bewustzijn over ongewenste intimidatie te vergroten. Kleinere ziekenhuizen zullen niet meteen een taskforce opzetten, maar het probleem alleen neerleggen bij de afdeling HR en een vertrouwenspersoon aanstellen is ook daar te weinig. Lagro: ‘Vertrouwenspersonen moeten er zijn, maar zij worden niet altijd gezien als onafhankelijk. Pas als een vertrouwenspersoon is ingebed in een structuur waarin duidelijk is dat er vertrouwelijk en anoniem gemeld kan worden, zullen meldingen plaatsvinden. Bovendien moet intimidatie werkelijk een aandachtspunt zijn van de raad van bestuur.’   



Heeft u beleid in uw zorginstelling tegen grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer? Zorgvisie zou graag uw ervaringen willen horen. Wat is tegen seksueel intimiderend gedrag te doen? Is er wel iets tegen te doen? Uw reactie wordt in vertrouwen behandeld. Reacties kunnen naar eindredactie@zorgvisie.nl

(Quelle: Zorgvisie, 25 september 2018)